RONDETAFEL IN “DE ENGELSE REET”

RONDETAFEL IN DE AMSTERDAMSE PILSENER CLUB ‘DE ENGELSE REET’

Hoe dikwijls heb ik de afgelopen ‘coronatijd’ niet aan mijn grootouders gedacht. En aan de miljoenen mensen die eerst WO1 in werden gesleept en nadien – als zij dachten dat alles terug in een plooi was gevallen – WO2 in werden opgejaagd. Nauwelijks iemand van hen had enig besef van wat hen overkwam: het was zoals het was. Neen, het was véél erger dan wat zij ervan zagen. In tegenstelling tot wij die met urenlange fake en factchecked corona-carroussels draaiende worden gehouden, hadden zij niet het minste overzicht, hooguit wat geruchten of gekraak uit een clandestiene radio onder dikke dekens beluisterd.

Mijn grootmoeder was gebroken toen haar jonge echtgenoot – 22 maand huwelijk beleefden zij samen – wederopgeroepen werd en met een zak vol soldatenspullen aan het station tot verzamelen werd gevorderd. Geen uren tijd om al vrijend maar met tranen in de ogen afscheid te nemen. Inpakken en wegwezen! Nooit zag zij hem terug tenzij vele jaren later aan zijn graf op een verre militaire begraafplaats in de Westhoek. Enkele dagen later vluchtte zij – helemaal in paniek gebracht door gruwelverhalen over de brutaliteit van de oprukkende Duitsers, Nederland in. Een elektrische draad met 2.000 Volt voorkwam dat deze uitwijkelingen terug naar huis konden. Daarvoor moest ‘Bonneke’ tot januari 1919 wachten… Een Amsterdamse slagersknecht uit De Pijp had haar een kind, mijn moeder, gemaakt. Het andere dochtertje haalde een barre winter niet en stierf de dag na haar geboorte in het toenmalige Wilhelminagasthuis. Of wat met die tienduizenden hulpsoldaten uit de toenmalige kolonies die – aardlengtes ver van huis en familie – in het polderslijk spoorwegen aanlegden en greppels groeven? Soldaten hadden nog geen metalen helmen en sneuvelden ten gevolge van hoofdschotwonden, hun bivakmutsen dienden als schietschijven eens ze boven de loopgraven uitstaken. Zij geen helmen, vele zorgverstrekkers nu onvoldoende mondmaskers. Hier en daar snel gewassen schorten uit extra gebouwde ziekenhuiswasserijen.

Toen: geen dagelijkse tv-update van slachtoffers, doden. Geen virologen en andere experten die flippende politici adviseerden wat hen te doen stond zodat gebrek aan politiek en ander leiderschap gecamoufleerd werd. Ook geen apps om aan te geven dat je naast een collaborateur liep. Of sliep. Wel klieklijnen van allerhande makelij. Aan de deuren van de antichambres van macht en gezag geen persconferenties waar leugen en werkelijkheid handig door elkaar gehaspeld werden zodat de kaarten voor het volgende verkiezingsspel zo gunstig als mogelijk kunnen gelegd worden.

Er is niet enkel WO1. Er is ook WO2, corona in de vluchtelingenkampen in het Middenoosten, of in die op de Griekse eilanden, de hekkens van Orban, en… en…

Net voor de grote corona-chaos begon, zat ik in de Amsterdamse bruine kroeg ‘De Engelse Reet’ waar één van mijn medebroeders opwierp dat met de coronacrisis de natuur haar mensheid even een prik had gegeven die wel eens verstrekkende gevolgen zou kunnen hebben. Dat was zijn hoop. Een week later werden de eerste virtuele vormen van vrijmetselarij boven de doopvont gehouden. Met een kakafonisch koor van pro’s en contra’s. Opnieuw gekrakeel. Zittingen en comparities werden stilgelegd, logegebouwen gingen dicht, kandidaten werden verplicht tot eindeloze wachtrijen voor dichtgespijkerde kamers van overpeinzing. De inktpotten nodig voor persoonlijke testamenten droogden uit. Kaarsen kregen plots een bestaan waarvan zij de duur nooit hadden durven dromen. Ceremoniemeesters zullen de regieaanwijzingen van hun ritualenbundels terug moeten instuderen. Gebouwenbeheerders laten stickers drukken om de niet meer te bezetten stoelen aan te duiden. Tempelcapaciteit wordt misschien gehalveerd, gedecimeerd. Het merendeel van de vrijmetselaren en weefsters behoort omwille van hun leeftijd tot de risicogroep nummer één. Worden vrij metselen en weven risicoberoepen?

Onzekerheid en angst nemen mensen, broeders en zusters, vrijmetselaren en weefsters in hun bezit. Hoe moeten we verder? Geesten scheiden zich: sommigen denken in mogelijkheden, anderen in onmogelijkheden. Zijn de glazen nu half leeg of half vol? Moet de schreeuw naar reglementering, eerder overreglementering in dit perspectief begrepen worden? De mens die eeuwen lang naar vrijheid verlangde en daarvoor streed, smeekt nu overheden om nog enkele alinea’s extra toe te voegen aan het alsmaar slordiger en improvisatorischer wordende draaiboek van deze coronatijden. Tientallen belangengroepen dingen naar de hand van de ‘exit’-scenarioschrijvers.  Ik werd in de jaren ’60 van de vorige eeuw opgeleid met ‘De zelfstandige mens’ en ‘De angst voor vrijheid’ van Erich Fromm als verplichte lectuur, ik was medeoprichter van een loge die weigerde een reglement uit te schrijven omdat zij meende dat conflicten wel met gezond verstand en binnen de tijdsgeest waarin ze zich voordeden, zouden opgelost worden door de leden die er dan deel van zouden uitmaken. Het kan verkeren.

Het is overduidelijk hoe deze ‘prik van de natuur’ menselijke relaties onder druk zet, aantast. Op nog geen twee maand tijd staat alles en iedereen onder spanning. Dat zorgt voor bijkomende verdeeldheid, misverstanden, vooroordelen tussen mensen die reeds zo gegeseld werden door de nieuwe haatpredikers van het voorbije decennium. Toonzettingen in communicatie verschuiven. Net zoals in oorlogstijden zijn beschuldigingen snel geboren. De pragmaticus die zich bewust is van de toestand maar zichzelf via enthousiasme en vertrouwen recht houdt, krijgt te horen “Zie jij dan niet wat hier aan de hand is?” en botst zo tegen de scepticus die verteerd wordt door onzekerheden. Iedereen tracht iedereen mee in het bad van de eigen perceptie te trekken. Wie beschouwend op enige afstand blijft, is snel verdacht.

Ik volg dagelijks nogal wat nieuwsbrieven van dag- en weekbladen. Salvo’s beschouwingen, factchecks en visionaire verklaringen creëren een wervelende chaos die nu juist niet wenselijk is. De mediatisering van de coronapandemie trekt een gevaarlijke spiraal op gang waardoor de noodzakelijke afstand compleet verloren gaat. Twee kranten die hier steevast elke dag in de bus vallen tonen twee verschillende benaderingen: de ene met opzwepende titels en suggestieve foto’s, de andere met nuchtere bijdragen in veel lettertjes en weinig foto’s. Een geslepen politicus biedt met de regelmaat van de klok aan beschikbaar te zijn om crisis, land en – vooral – eigen macht en invloed te ‘redden’. Misschien overleeft de mens wel de coronapandemie maar niet datgene wat sommige mensen die aan de knoppen zitten, ermee doen? Feiten moeten plaats maken voor politieke framing, weloverwogen argumenten voor partijpolitieke: er is – bijna wereldwijd, een minderheid van uitzonderingen te na – een weigering om expertise op een serieuze manier aan bod te laten komen. De rustige vastheid, de didactische helderheid maar vooral hun gevoel voor dosering van de Belgische virologen Marc Van Ranst en Steven Van Gucht staan in schril contrast met de schreeuwerigheid van ministers die dringend willen scoren. Ik ga niet buiten mijn land want dat is sinds kort niet toegelaten. Ook niet meer naar het Nederlandse Sluis waar alles zo goedkoop was: er staan politie-agenten aan de grens om 250 Euro te innen alvorens je rechtsom moet maken. Wij derven thuis de vis van Fieret, de drogisterij van Verlinden en de kop senioren-koffie op een terras. Niemand kan nog stiekum lonken naar de rozige etalages waarin opblaaspoppen uitnodigen een andere schijnwereld te betreden.

Ik verhul het niet en kies ondubbelzinnig voor de Van Ranst – Van Gucht stijl. Bewust van wat zich afspeelt, stap voor stap handelend, stroomversnellingen vermijdend, voortdurend klaar om de nodige flexibiliteit te ontwikkelen uitgezette scenario’s aan de passen aan nieuwe omstandigheden en noodwendigheden en voldoende afstand houdend om niet meegesleurd te worden in een zigzag die onzekerheid, angst en straks chaos maskeert. Het is mijns inziens niet nodig alle scenario’s die achter de hand klaar staan, bestendig te etaleren. Het is nodig om flexibiliteit en veerkracht altijd in standby te hebben. Het is nodig om lucide te blijven en zo te ontsnappen aan de waan van de dag, de meest gevaarlijke draaikolk ter wereld.

De prik van de natuur waarvan sprake aan de ronde tafel in de ‘De Engelse reet’ en die op ultra korte tijd alles op z’n kop zet, ja die uitdaging lijkt me wel wat. Ik durf haast zeggen dat het hoog tijd is dat er een niet te ontkomen uitdaging ons met de neus op de eigen feiten drukt. Net zoals een heldere alinea uit een e-mail die ik ontving: “In deze rare tijden merk ik ook dat sommigen ervan uitgaan dat dit alles alleen maar tijdelijk is en dat we straks wel weer gewoon ‘back to normal’ zullen gaan. Zelf vraag ik me dat ten zeerste af en weet en voel ik eigenlijk ook wel dat zonder meer ‘back to normal’ waarschijnlijk helemaal niet verstandig is. Ik denk eerder dat het verstandig en nodig zal zijn om nu al na te denken over wat we straks juist misschien ook permanent ánders zullen moeten gaan doen. Onze wereld smeekt daar mijns inziens om, want we zijn toch wel echt verkeerd bezig met z’n allen en we trekken daarmee een veel te grote wissel op onze planeet, op elkaar en op onszelf…”

Flexibiliteit, veerkracht en… visie, in die optocht wil ik samen met anderen opstappen.

Ik plaats mijn handtekening zonder verpinken onder “Ik denk eerder dat het verstandig en nodig zal zijn om nu al na te denken over wat we straks juist misschien ook permanent ánders zullen moeten gaan doen. Onze wereld smeekt daar mijns inziens om, want we zijn toch wel echt verkeerd bezig met z’n allen en we trekken daarmee een veel te grote wissel op onze planeet, op elkaar en op onszelf… Dit is natuurlijk generaliserend en er mag niet voorbij gegaan worden aan tal van positieve verworvenheden. Maar hier gaat het in de eerste plaats over onze planeet en haar natuur die beide onder enorme druk staan. Maar het zou kortzichtig zijn de geglobaliseerde markteconomie en het kapitalisme, de wereldwijde armoede en de problematiek onder de recente migratiestromen niet tezelfdertijd op de agenda te plaatsen. De enorme ondermaatsheid van het regerend en zich profilerend politiek leiderschap is onheilsspellend. Wie niet in staat is de scenario’s waarmee vandaag gewerkt wordt, te herdenken, zit gevangen ‘in the box’, wie de visie heeft om ze aan te passen, zo nodig te vernieuwen geraakt misschien ‘out of the box’.

Nogmaals: visie, flexibiliteit en veerkracht zijn onontbeerlijke hefbomen voor een toekomstperspectief.

Een pittige en uitdagende oefening om – in eigen kring – de relevantie van vrijmetselarij en weefsterarbeid aan een serieuze testrit te onderwerpen. Concreet, op het terrein, bij jezelf en je medebroeders en -zusters. Nu doen! ’t Is hoogdringend. Of gaan we ons straks beperken tot het uitdelen van de juiste mondmaskers bij de aanvang van rituele zittingen, het herberekenen van de maximumcapaciteit van onze tempels, hier en daar met een lauw bouwstuk of een artikel in onze ledenbladen als doekje voor het bloeden plaatsend?

Hugo De Cnodder, Brugge, Feest van de Arbeid, 1 mei 2020